Genetica voor beginners

Genetica is de wetenschap van erfelijkheid: hoe eigenschappen worden doorgegeven. Sommige daarvan zijn eenvoudig te voorspellen — twee zwarte katten krijgen nooit rode kittens. Andere, zoals witte vlekken, zijn veel grilliger. Wie de basisregels kent, kan beter inschatten wat een nestje gaat opleveren, kijkt niet raar op als er ineens een kleur opduikt die generaties verborgen bleef, en begrijpt waarom gezondheids-programma’s werken zoals ze werken. Hieronder de hoofdlijnen, in gewone taal. Wie dieper wil: onderaan staat waar je dat kunt leren.

Chromosomen, genen en allelen

In de kern van elke cel zit DNA, verdeeld over de chromosomen. Een kat heeft 38 chromosomen, netjes in 19 paren — van elk paar komt er één van de vader en één van de moeder. Een gen is een stukje DNA met een instructie voor het lichaam. Omdat chromosomen in paren komen heeft een kat van vrijwel elk gen twee versies. Zo’n versie heet een allel, en de plek op het chromosoom waar dat gen zit heet een locus. Eén gen kan meerdere dingen doen. Zoals het W gen, dat maakt een kat wit maar vergroot ook de kans op doofheid. Sommige genen werken samen aan één eigenschap. 

Dat er twee versies zijn, is geen toeval. Heeft één van de twee een foutje? Vaak vangt de goede versie dat op, maar niet altijd. Ook voor een ras is verschil goed. Hoe meer verschillende versies, hoe groter de kans dat een deel van de katten een nieuwe ziekte overleeft.

Infographic in vier stappen: een kat, een cel met 19 paar chromosomen in de celkern, een chromosoom uitvergroot tot een DNA-helix, en twee chromosomen met op dezelfde plek het gen voor colourpoint met de allelen C en cs

Wat je ziet en wat erin zit

Het fenotype is wat je ziet: deze kat is zwart. Het genotype is wat er daadwerkelijk in zit aan genen. Dat is niet hetzelfde en dat verschil is de kern van de hele genetica.

Neem zwart en blauw. Zwart is dominant, blauw recessief. Eén gen voor zwart is al genoeg om de kat zwart te maken. Om blauw te worden, heeft een kat er twee nodig. Een blauwe kat heeft dus maar één mogelijk genotype: blauw + blauw. Maar een zwarte kat kan zwart + zwart zíjn, of zwart + blauw. In dat tweede geval is hij drager van blauw: je ziet het niet, maar hij kan het wel doorgeven.

Twee dezelfde versies heet homozygoot, twee verschillende heterozygoot. En dat is precies waarom een recessief gen generaties lang onzichtbaar kan blijven om dan ineens weer op te duiken.

Drie getekende katten met hun genotype: C/C zonder colourpoint, C/cs die er hetzelfde uitziet maar colourpoint draagt, en cs/cs die zichtbaar colourpoint is

Het dambord

Met een eenvoudig schema reken je uit wat een combinatie kan opleveren: je zet de allelen van de kater bovenaan, die van de poes links en vult de vakjes in.

Een voorbeeld dat voor ons ras direct herkenbaar is. Het colourpoint gen — dat van de Neva Masquerade — is recessief. Twee Siberische katten die er allebei drager van zijn (Ccs) zien er zelf als Sibeer uit, maar samen:

  C cs
C CC
geen drager
Ccs
drager
cs Ccs
drager
cscs
Neva Masquerade

Een kans van 25% op een colourpointed kitten, 50% op een drager en 25% op een kitten dat het gen helemaal niet heeft. Let wel: dit zijn kansen, geen garanties. Een nestje is te klein om die verhoudingen netjes te laten uitkomen — het toeval bepaalt wat er daadwerkelijk uit komt.

Rood en zwart: het gen dat anders werkt

Hoeveel kleuren je ook ziet, er zijn er strikt genomen maar twee: rood en zwart. Alle andere kleuren zijn variaties daarop. Zwart pigment levert zwart, blauw, chocolade, lila, kaneel en fawn; rood pigment levert rood en crème. Het gen dat bepaalt of het rood of zwart wordt, zit op het X-chromosoom — en dat maakt het bijzonder. Poezen hebben twee X-chromosomen en dus twee van deze genen; katers hebben één X en één Y, en dus maar één kleurgen. Daar volgen twee dingen uit die je meteen kunt gebruiken. Een kater krijgt zijn pigment volledig van zijn moeder — de vader geeft hem een Y mee en daar zit dit gen niet op. En een schildpadpoes (tortie) heeft béide pigmenten, wat alleen kan als je twee X-chromosomen hebt. Daarom zijn torties vrijwel altijd poezen. In de code staat die kleur als letter: n zwart, a blauw, d rood en e crème; f en g zijn de twee torties.

Vrijwel, want het komt sporadisch voor dat een kater beide kleurpigmenten heeft. Zo’n kater heeft dan bijvoorbeeld een extra X-chromosoom. De meeste schildpadkaters zijn onvruchtbaar.

Patroon: agouti, niet-agouti en zilver

Bij een agouti kat zie je ook wélk patroon ze heeft. Er zijn er vier: mackerel, classic, spotted en ticked. Hieronder staan ze getekend, samen met de zes kleuren die in dit ras voorkomen. Een agouti kat heeft een getekende vacht: haren met afwisselend donkere en lichte banden, in een patroon. Je herkent agouti ook aan het baksteenrode neusleertje met donkere omlijning, de bleke kin en de lichte onderkant van de staart. Non-agouti katten missen die banden: hun neusleertje is egaal donker en de bleke kin ontbreekt. Agouti (A) is dominant over niet-agouti (a). In de code zie je het aan het tabbycijfer: 22 classic, 23 mackerel, 24 spotted en 25 ticked. Ontbreekt dat cijfer, dan is de kat nonagouti.

Het zilvergen remt de pigmentaanmaak, vooral vlak bij de huid. Dat maakt de haarbasis wit en de kleur koeler — alsof je van een kleuren-tv naar een zwart-wit-tv overschakelt. Zilver (I) is dominant. Bij een niet-agouti kat heet hetzelfde effect smoke. In de code is dat de s achter de kleurletter: ns, as, fs.

Infographic met getekende katten: de kleuren zwart, blauw, rood, crème, zwart tortie en blauw tortie, en de tekeningen mackerel, classic, spotted, ticked en nonagouti, met hun EMS-codes

Zo zien ze er in het echt uit: Zwart: Tibbe · Blauw: Amun · Rood: Kody · Crème: Cesare · Zwart tortie: Yuma · Blauw tortie: Maui · Mackerel: Bliss · Classic: Myles · Spotted: Sharmel · Nonagouti: Cleo. Ticked komt bij ons nog niet voor.

Waarom Neva-kittens wit geboren worden

Het colourpoint gen doet iets wat de meeste genen niet doen: het laat de pigmentaanmaak afhangen van de temperatuur. In de baarmoeder is het 38,5 °C — te warm voor pigment. Daarom komt een pointed kitten vrijwel wit ter wereld. Zodra het in de kamertemperatuur van zo’n 20 °C ligt, begint de pigmentproductie. En dat gebeurt het eerst op de kóudste plekken: gezicht, oren, poten en staart. Bij een sealpoint zie je na ongeveer een dag de eerste grijze waas op het neusje en de oorranden. Het donker worden gaat vrijwel het hele leven door. Hoe letterlijk temperatuur dit stuurt, merk je als een pointed kat een paar weken een verband om een poot heeft gehad: daaronder is het warm geweest, en die poot komt bijna kleurloos tevoorschijn.

Nog twee dingen. Een sealpoint is genetisch eigenlijk een zwarte kat — het enige verschil is dat dubbele setje point-genen. En pointed katten hebben altijd blauwe ogen. In de code staan deze katten onder NEM in plaats van SIB: NEM n is een seal point, NEM a een blue point.

Infographic met getekende katten: silver en smoke, en de points seal point, blue point, tabby point, tortie point en smoke point

Zo zien ze er in het echt uit: Silver: Megan · Smoke: Lilly · Seal point: Nella · Blue point: Rousanna · Tabby point: Nino · Smoke point: Yoda. Een tortie point zonder silver en zonder tekening hebben wij niet.

Volledig wit: een gen met een geschiedenis

Het gen voor volledig wit (W) is dominant en blokkeert alle pigment in de vacht. Een volledig witte kat kan er dus elk denkbaar kleurgenotype onder verbergen; alleen een stamboomonderzoek of een gentest maakt duidelijk wat eronder zit. Aan dit gen kleven twee kwesties. Er is een duidelijk verband tussen volledig wit en doofheid — ruim vier keer vaker bij blauwogige witte katten dan bij witte katten met gele of oranje ogen. En er is een sterke aanwijzing dat het gen semi-dodelijk is: embryo’s die er twee kopieën van hebben, overlijden vroeg. Als dat klopt, is elke volledig witte kat heterozygoot. Volledig wit heeft geen eigen cijfer in de EMS-code; witte vlekken wel: 01 van, 02 harlekijn, 03 bicolor en 09 wit zonder verdere maat.

Sinds ongeveer 1995 eisen sommige organisaties een gehoorcertificaat voor witte fokdieren. Toch worden er nog steeds dove witte kittens geboren: biologisch is dat niet volledig uit te sluiten.

Witte vlekken zijn iets anders. Volledig wit (W) wist alle kleur; het vlekkengen wist alleen kleur wég waar het valt. Hoeveel dat wordt verschilt per kitten, ook binnen één nest, en voor de bekendste hoeveelheden bestaan eigen namen.

Infographic met getekende katten: geen wit, met wit, bicolor met witte bles, harlekijn en van

Zo zien ze er in het echt uit: Geen wit: Myles · Met wit: Tibo · Bicolor: Uschi · Harlekijn: Louis. Van komt bij ons nog niet voor.

De code op de kattenpagina’s

Bij elke kat op deze site staat achter de kleur een code, bijvoorbeeld SIB ns 09 23. Dat is de EMS-code: de internationale afkorting die in één regel vastlegt wat je ziet. Hij leest van links naar rechts: eerst het ras, dan de kleur, dan het wit en als laatste de tekening.

Uitleg van de EMS-code SIB ns 09 23 in vier delen: het ras, de kleur, het wit en de tekening, met een lijst van de letters en cijfers

De letters geven de kleur: n zwart, a blauw, d rood, e crème, f zwart tortie en g blauw tortie. Staat er een s achter, dan komt het zilvergen erbij; een u staat voor sunshine. De cijfers doen de rest: 22 classic, 23 mackerel, 24 spotted, 25 ticked, en 21 als er wel tekening is maar het patroon niet is vastgelegd. Voor wit gelden 01 van, 02 harlekijn, 03 bicolor en 09 wit zonder verdere maat.

Twee dingen om je niet in te vergissen. Ontbreekt het tabbycijfer, dan is de kat nonagouti: de tekening zit er wel, maar je ziet hem niet. En onze Neva Masquerades staan niet onder SIB maar onder NEM — dezelfde kat, met points.

Drie voorbeelden van eigen katten. Megan is SIB as 09 23: blauw met silver, wit erbij, mackerel getekend. Qiqi is SIB ns 03: zwart met silver en geen tabbycijfer, dus nonagouti — een smoke, met bicolor wit. En Nella is NEM n: Neva Masquerade, zwart, oftewel een seal point zonder wit.

Speurwerk: het genotype achterhalen

Bij een dambord ga je uit van bekende genotypes. In de praktijk weet je die vaak niet. Dan wordt het speurwerk: je kijkt naar de ouders, de nakomelingen en de broers en zussen. Twee vuistregels brengen je een heel eind. Een kat met een recessieve eigenschap kan alleen dat recessieve gen doorgeven — een blauwe kat is [dd] en geeft dus altijd [d]. En een kat met een dominante eigenschap die één recessieve ouder hééft, of één recessief kitten heeft voortgebracht, móét drager zijn: een zwarte kat met een blauwe ouder is [Dd].

Andersom werkt het niet. Twee rode ouders die allebei verdunning dragen, kunnen prima een nestje vol rode kittens krijgen. Een nestje is simpelweg te klein om alles te laten zien wat erin zit. Weet je het niet, dan schrijf je een streepje: [D-] of [A-]. Dat betekent ‘de tweede versie is onbekend, maar maakt voor het uiterlijk niets uit’. En bij twijfel: gók niet, zoek het uit. Een stamboomdatabase als PawPeds is daarbij je belangrijkste gereedschap.

Meer weten? Dan kun je het gewoon leren

Wie hier de smaak van te pakken krijgt, hoeft het niet bij lezen te laten. Bij PawPeds, de internationale stamboom- en gezondheidsdatabase voor raskatten, kun je tegen een redelijke vergoeding serieuze cursussen volgen. Ze zijn bedoeld voor fokkers, maar ook toegankelijk voor wie gewoon wil begrijpen hoe het zit. Wie eerst wil rondkijken: PawPeds deelt ook korte berichten op Instagram en Facebook.

De algemene cursus bestaat uit drie delen. G1 gaat over kattenbezit en verzorging, G2 over het begeleiden van een nestje, basisgenetica en het opstellen van fokplannen, en G3 verdiept dat verder met selectief fokken, genetica, fysiologie, voeding en gedrag. De rode draad is steeds dat fokken een serieuze aangelegenheid is die om onderbouwde keuzes vraagt.

Wij hebben alle drie de delen afgerond, en Francis is inmiddels cursusleider bij PawPeds. Omdat we het belangrijk vinden dat fokkers goed onderbouwd aan de slag gaan, dragen we daar liever zelf aan bij dan er alleen over te schrijven.

Lees welke certificaten we behaald hebben en wat ze betekenen ›